Achels onderwijs in vroegere eeuwen

Het streven naar kennis en ervaring siert de mens. Het ( ons ) verleden kennen, doet ons het heden beter begrijpen en geeft enig inzicht op de toekomst.

klasfoto meisjes 1923Mogelijk herinneren zich velen nog uit onze oude leerboekjes, hoe circa 800 keizer Karel de Grote vanuit Aken, het onderwijs instelde en toevertrouwde aan kloosters,die als vrijwel enig uitgebreide organisatie, het lezen,het schrijven en het rekenen beheersten en het konden doorgeven.
Uitgebouwd met hun christelijke bekeringsgeest, groeide aldus in het grote Europa een christelijke cultuur. Meer dan duizend jaar bleef deze opdracht doorwerken.
Als een vorm van een groot schiereiland onderging Europa slechts aan zijn Oostgrens de wrijvingen met andere culturen. Onze dorpen toegevoegd aan de bezittingen van de St. Servaes-Abdij te Maastricht omstreeks het eerste millennium hebben hiervan zonder twijfel die uitstraling ondergaan.


Voelbaar wordt het voor ons op kwasie alle maatschappelijke terreinen.door de benoemde clerus, gevormd in Maastricht en Luik.
Met de stichting van kloostergemeenschappen was Achel erg begunstigd, door de bijzondere scholen van de Ermitage "De Kluis (1672) en het klooster "Catharinadal" (1432) naast de eenvoudige parochieschool.

1. DE PAROCHIESCHOOL

Dit sober onderkomen in de kerktuin, functioneerde vermoedelijk reeds in de 15de eeuw en bleef behouden tot 1847 wanneer het zijn eigen functie verloor en ca. 1857 werd gesloopt, bij de vergroting van het te klein geworden kerkhof. Volgens oude aanduidingen stond dit gebouw bij het vroegere toegangspoortje met 3 trapjes langs de oude Kloosterstraat. Een pover lokaaltje (Kadaster C 843 groot 60 m² ) met strooien dak, een schouwtje voor houtvuur, slecht verlicht, uiterst primitief bemeubeld, voor gemengd kinderonderricht, door de vroegmislezer (kapelaan ).
Eén meester voor 60 à 100 leerlingen, die beurtelings onderling elkander aanleerden.
Schoolplicht was er niet, schoolgeld werd bij elkaar "geronseld" en naar gelang de seizoenswerkzaamheden ( hoeden van koe, geit, schaap en oogsten op het veld ) liep de aanwezigheid van de kinderen terug tot een derde.
Oude "visitaties"schetsten enigszins hoe de dekanale visitator de treurige toestanden zelf aanvoelden. Vaak werd het voor parochie en dorpsbestuur een te zware last, ook voor enige bijdrage van armlastige gezinnen. Dat deze noodscholen toch vruchten droegen wordt duidelijk als wij vinden dat later in het volle leven, eigen dorpskinderen heel wat realiseerden. Ook lezen wij soms met bewondering hun schrift en handtekening, rekenkennis door teuten en hun knechten en rekeningsboekjes van boeren en vrachtvoerders.
Uit de generatieslange disputen van gemeente en beide kloosters distilleren wij de visie van eremieten en nonnetjes, die zich niet genoodzaakt achten bij te dragen in de schoolkosten, aanvoerend dat zij de kinderen van eigen werklieden reeds verzorgden in hun eigen scholen.
Namen van meerdere "meesters" zijn bekend gebleven. Wanneer de scholing tijdens de Franse overheersing praktisch wegzinkt, zien wij een moedige poging in 1805 van Maire de Leonaerdts, die met de pas benoemde nieuwe notaris Verachtert op 5 augustus 1805 in een zeer collectieve bijeenkomst van 141 Achelse gezinsvaders een nieuwe "vicaire-instituteur" trachtte aan te stellen en voor ieder schoolgaand kind een bijdrage liet toezeggen van 1,20 Frs in de kosten. Hijzelf en enkele andere burgers zouden zelf de bijdragen van hun werknemers dragen ( voor de Leonaerdts 20 kinderen).

De vrij lange akte ( 9 pagina's ) duidt bij name ieder huisvader aan en liet hen telkens tekenen, of vermeldde in het Frans niet te kunnen schrijven. Tachtig waren het er in dit laatste geval, terwijl 49 zeer moeizaam hun naam trachtten te vormen, terwijl een 12-tal zeer behoorlijk schreven. Op een bevolking van 696 inwoners werden de armlastigen niet vermeld. Een forfaitaire bijdrage, gedragen door de gemeente stond jaarlijks geboekt

Het bleef generatieslang voor jongens en meisjes uit het dorp de enige vorming, gezamenlijk met één meester, in lezen, schrijven, rekenen, godsdienst en naar blijkt ook ietsje Latijn en Frans.

2. DE DRIE SCHOLEN VAN DE EREMIETEN SINT JOSEPH

Deze bijzondere stichting van maximum 12 Eremieten-broeders legde zich toe op de spreiding van het onderwijs voor kinderen en opgroeiende jeugd tot einde 18de eeuw. Het is een lang wordingsproces in dit grensklooster, niet alleen van hun eigen religieuze leven, hun groeiende landbouw en ontginningswerken met enkele tientallen werknemers en (seizoens)werkneemsters, doch ook voor de zorg van meerdere bejaarden en zwakzinnigen.
Duidelijke aanwijzingen gaan over hun drie scholen :
- dagschool voor kinderen uit de omgeving (mits bijdrage van schoolgeld)
- buitenschool voor gevorderden uit de omgeving
- hun zg. kostschool voor inwoon

Archieven hiervan zijn schaars, maar toch krijgen wij een indruk van hun werking, organisatie en schoolpeil. In 1721 koopt de Kluis een klein turfveld in de buurt. Speciaal werd bedongen dat de kleinkinderen van de Leonaerdts (verkoper ) een vol jaar gratis mogen schoollopen in de dagschool. De bekende Saumery haalt gebouwen en schooltje aan in bijlagen van zijn schetsen. Uit Luik werd in 1718 bericht dat hun broeder Augustinus zijn studies in Luik heeft beëindigd.
In 1742 werd Henricus Baemen vermeld als schoolmeester op de Kluis en in 1770 hun "magister" H.Camps.
Wanneer de sluiting van het klooster in 1798 ook de teloorgang meebrengt van de verzorgingsinstellingen en de kinderscholen, blijken enkele leden persoonlijk nog scholing te hebben gegeven in de (kerk)gebouwen.
De resterende gebouwen dienden 50 jaar lang tot grensherberg, wasblekerij en boerderij. Een zekere inwoner Jan Deelen verleent kost en inwoon aan een schoolmeester op de Kluis. Een uitgedreven broeder wordt schoolmeester te Neerpelt en ook in Hamont
Bij de aankoop van de gebouwen in 1846 door de paters trappisten van Westmalle wordt uiteraard alles hervormd. Toch blijft er een religieuze opleiding gehandhaafd voor eigen priesters en broeders.
In eigen dorpsarchieven vinden wij sporen over 5 jongens, inwonend op de Kluis die in een tijdspanne van 5 jaar komen te overlijden, en in Achel worden begraven. De volkstelling van 1796 geeft aan als nog resterende Kluisbewoners: 12 broeders en 1 nieuweling, 11 pensionaires en 5 leerlingen met vermelding dat deze meestal voor een periode van 3, 6, of 12 maanden verbleven.
Toch is ook buiten de scholing, de invloed van de Kluis op de omgeving zeer belangrijk geweest, zowel door de eremieten als door de paters trappisten; door vakkennis aan werknemers en bezoekers.
Denken wij aan koorzang, orgel, kostervorming, boekdruk, metaalbewerking, wijnbouw, brouwerij, en bijzonder de landbouw door tastbare resultaten voor ontginning, kunstmest, rasdieren, plantgoed, fokkerijen. Iedere gemeenschap met dergelijke Abdij draagt een bijzonder stigma. Mogelijk is ook de term "kapetulie" ontstaan in de Latijnse lessen aan streekkinderen. "Capitularia" de bundel tussen twee houten plankjes van de Frankische wetten. Later een houten schrijfdoos met schoolgerei, in " toile cirée" leder en kunststof, rug en handzak.

3. SCHOOL CATHARINADAL

Reeds vroeger dan de Kluis-scholing blijkt de opleiding en scholing van de jonge meisjes in het Franciscanessenklooster Catharinadal gesticht in 1432. In het toen bescheiden dorp Achel, als bestuurscentrum toch slechts 6 à 700 inwoners tellend doorheen ca. 3 eeuwen, was dit in wijde omgeving het enige geborgen onderwijs voor meisjes uit beter en gegoede kringen.Buiten ca. 30 religieuzen, met nodige meiden en (buiten)beurse knechten, beoefenden zij het kloosterleven volgens de derde regel van St. Franciscus en later de erkende Franciscanessen. Het klooster was zoals gebruikelijk een vrij grote boerderij, aangevuld met vrouwelijke vaardigheden als spinnen, houden van kleinvee, inzet voor liefdadige werken,
wasbleek en lazarette.

Uit gegevens van bouw, rapporten, visitaties waren er zo'n 30 inwonende meisjes leerlingen. Ook hier berustten de kosten in een vorm van schoolgeld, legaten, schenkingen in grond en/of natura, erflatingen en benificies. Bij de volkstelling van 1796 ( Franse tijd ) worden nog 22 inwonende leerlingen met namen opgesomd, meestal 14 a 15 jaar oud, 28 religieuzen en diverse inwonende hulpen.
Dat in de loop der eeuwen het peil niet altijd even standvastig bleef, is menselijk. Zoals dit ook omstandig is bekend uit betwistingen en sancties in het analoge onderwijs "Agnetendal" te Peer. Behoorlijk frequent waren er betwistingen omtrent tienden, allerlei rechten en omslachtige processen met Luik, parochie en gemeente.

Na de confiscatie (verbeurtverklaring) van het klooster, goederen en gelden (o. a. leningen) vertrokken de zusters naar Oisterwijk ( Bataafs Brabants gebied ) of terug naar eigen familie. Wel worden door de latere eigenaars de Leonaerdts en Wauters, ter compensatie van de oude kloostergoederen een lijfrente erkend. Voor ieder oud-religieuze tot aan hun dood , daarna aan parochie en kerkfabriek (armen) en later door Mevr de Sallez (wed Wauters) globaal afgekocht na instemming van Luik, Rome, Provincie en gemeente.

De familie de Hubens en de Leonaerdts (hoge functionarissen in Luik) waren bijna een eeuw lang de aangrenzende buren. Zeker voelden ook zij zich gesteund door de verklaringen van de Prins-Bisschop F.C. Velbruck (1759-1772-1784) tijdens diens dynamische hervormingen: "Plan d'éducation pour la jeunesse de Pays de Liège ". Het volstond niet het aantal kloosters te vermeerderen. Er waren voldoende goede religieuzen maar onvoldoende gezins-moeders opgeleid en in staat hun deugden, ervaringen en kennis door te geven aan hun kinderen.

4. TOT SLOT

Na het sluiten van het 'voortgezet onderwijs' op Catharinadal en op de Kluis wordt het onderwijs in Achel niet meer hernomen onder Nederlands en Belgisch bestuur.
Wel stichtten de Paters Kruisheren vanaf 1935 tot 1975 in het kasteel Gheenebroek een eigen opleiding voor theologie en filosofie
Voor de overschakeling van onze lagere school volgens de schoolwet van 1842, de groei, de splitsing meisjes en jongens, de Vrije- en Staatsschool (1878-1884),de groei en de herinrichting, de huishoudschool,het jongenspatronaat, de bewaarschool, de zondagsschool en het voortgezet onderwijs in naburige gemeenten, verwijzen naar diverse verschenen publicaties.
Na een vacüum van meer dan honderd jaren, verrezen nieuwe grote stichtingen voor voortgezet onderwijs in Hamont, Neerpelt,Overpelt en Bocholt.
De wet op de schoolplicht in 1913 bracht alles in versnelling.
Zodoende was Achel een bescheiden culturele oase in onze Noorder-Kempen, die generaties lang voelbaar bleef en mede voor een voedingsbodem zorgde voor vroegtijdige zangkoren, harmoniën en dus niet vreemd was bij het opstarten en jarenlange steun aan het NIKO (Noord-Limburgs Instituut Kunst Onderwijs).

Frans Stammen

Een jaarabonnement kost € 12,50.  Abonnee worden ?