De Warmbeek en de omgeving in het verleden en nu

warmbeek1In het juninummer van 2007 van de Kapetulie verscheen over de Warmbeek een idyllisch stukje van de hand van professor Antoon De Vogelaere. Hij is een gekende Achelaar, zoon van de vroegere stationschef, emeritushoogle-raar aan de universiteit van Gent, en woonachtig in Aalst, Oost-Vlaanderen. Aansluitend bij zijn artikel volgt in dit nummer het eerste gedeelte van een bijdrage van Jan Kwanten over diezelfde Warmbeek. De studie van de vroegere pastoor van de parochie van Achel-Centrum (1976-1980) bestaat uit meerdere hoofdstukken, gespreid over vier nummers van ons tijdschrift.

Waarschijnlijk in 1771, een kwarteeuw vóór de Franse Revolutie, is door een eenvoudige ingreep de loop van de Warmbeek grondig veranderd in de buurt van het Slot . In het dialect van beide deelgemeenten Achel en Hamont spreekt men over “Het Sloot”.

Over de Warmbeek is al veel geschreven.

Met een vleugje chauvinisme wagen wij het te parafraseren: “Gelijk het grote en prachtige Egypte het geschenk is van de Nijl, zo is het niet zo kleine maar oh zo fijne Achel het geschenk van de eeuwenoude Warmbeek”. Meteen schrijven wij tevens een stuk van het wondere verhaal van Achel, in het bijzonder van een tiental roemrijke monumenten uit het verleden van het Groene Grensdorp. Deze roemrijke monumenten zijn: de Grafheuvels, Hoeve Beverbeek, het Slot, de Tomp, de Kerk, het Catharinadal, de Kluis, het Kasteel, ‘t Mulke, de Waag, het Simonshuis, de Lier en het Planetenpad.

U ziet het: we beschouwen deze getuigen uit een ver of uit een recent verleden als Achelse monumenten. Ze zijn ons zo dierbaar dat wij ze in deze studie met alle respect steeds schrijven met een hoofdletter. De Oude Wereld had haar zeven wonderen. Het Oude Achel had er méér dan zeven, niet zo groots en niet zo geweldig, maar klein en fijn. We zijn er trots op. De redactie Meander van de Warmbeek ten noorden van de Bever

 

1. ALGEMENE GEGEVENS OVER DE WARMBEEK

Situatieschets: De Warmbeek in Peer, Grote-Brogel, Kaulille, Lille en Achel

kaart warmbeekAls achtergrond gebruiken wij een gedeelte van een oude militaire stafkaart. Een afdruk van deze kaart is te vinden op het middenblad van deze uitgave.

De dikke lijn van zuid naar noord is de Warmbeek. Ten oosten en ten wes-ten van de Warmbeek duiden twee geblokte lijnen van zuid tot noord de grenzen aan van het huidige stroomgebied van de Warmbeek in Noord-Limburg.

Het treinspoor Hasselt-Wijchmaal-Eindhoven volgt sinds 1866 voor een groot deel de zuidnoordelijke richting van de waterlopen. Het fietspad van-af Helchteren over Wijchmaal, Neerpelt en Achel tot aan de Nederlandse grens volgt deze oude spoorbedding en staat op de kaart aangeduid. Van west naar oost, van Mol naar Hamont, doorkruist de vroegere IJzeren Rijn vanaf 1879 onze regio met Neerpelt als belangrijk knooppunt.

 

1. Enkele algemene geografische gegevens

Bijgevoegde kaart wil een totaalbeeld geven van de Warmbeek en haar be-langrijkste bijbeken in het gebied van Noord-Limburg. Het Kempische Kanaal volgt van Bree tot en met Lozen het talud ten noordoosten van het Kempische Plateau.

1.1. Onderscheid tussen Maasbekken en Maasland

Volgens de kleuraanduiding van Aeolus behoort het stroomgebied van de Warmbeek tussen het kanaal te Lille en de rijksgrens natuurlijk ook nog tot het Kempische Plateau. Volgens dezelfde kaart zou volgens de laatste be-vindingen het stroomgebied van de Hamonter Erkbeek geologisch al beho-ren bij het Maasland. Hamont-Achel behoort geologisch bij de Vlakte van Bocholt die aanleunt tegen het Kempische Plateau. Deze beide geografische streken zijn gescheiden door de Feldbissbreuk . Er is volgens de geologen een duidelijk onderscheid tussen het Maasland en het Maasbekken.

Het Maasbekken

Gans het noordoostelijke deel van Belgisch-Limburg behoort zoals de lezer weet bij het Maasbekken: het stroomgebied van al de waterlopen die stro-men naar de Maas. Ieder weet dat de naam Waterschei allusie maakt op de waterscheiding tussen het Maasbekken en het Scheldebekken.

Het Maasland

Terwijl het westelijke deel van Hamont-Achel nog behoort bij het Kempische Plateau, behoort het oostelijke deel van Hamont-Achel met het stroomgebied van de Erkbeek volgens Aeolus geologisch al tot het Maasland.

1.2. Het kanaal

De Zuid-Willemsvaart is al opengesteld in 1826 tijdens de Hollandse Perio-de. Ten zuiden van de Stop van Lozen sluit het kanaal Bocholt-Herentals (vroe-ger Kempisch Kanaal genoemd) aan bij de Zuid-Willemsvaart. De sectie Bocholt-Lille-Blauwe Kei is in dienst genomen in 1844, de sectie Blauwe Kei-Herentals is voltooid in 1846. Het kanaal levert zijn kalkrijke en voed-zame water aan de wateringen. Volgens sommigen zijn er ooit plannen ge-maakt om een kanaal te graven in de Dommelvallei van Zuid-Peer naar Eindhoven.

1.3. De achtergrond van de kaart

De achtergrondkaart, afdruk van een oude militaire stafkaart, is tevens interessant omdat ook de hoofdwegen, de kerkdorpen en de grote gehuchten zijn aangegeven. Wie graag de oude grenzen van de verschillende kerkdor-pen wil volgen, kan deze vinden op de oude Provinciekaart van Limburg en tevens op de Situatieplannen van de Atlas der Waterlopen . De aandachtige lezer zal bemerken hoe vaak waterlopen in Noord-Limburg over een grote of kleine afstand de oude grens vormen tussen de vroegere kerkdorpen. Dat zal belangrijk zijn bij onze latere vraag: Is de naam Warmbeek oorspronke-lijk afkomstig van Waarbeek of Grensbeek?

1.4. Enkele details op de kaart

Per deelgemeente geven we van zuid naar noord enkele belangrijke details die te maken hebben met de Warmbeek. Op vier plaatsen in Groot-Peer draagt of droeg de Warmbeek ook nog een andere naam: Jongemansbeek, Waarbeek of Grensbeek, Vrenenbeek, Molenbeek. Om de verschillende details goed te kunnen situeren, geven wij bij onze beschrijving de coördina-tenvakken aan op de hedendaagse gemeentekaarten. In de beschrijvende geografie noemt men zulk coördinatenvak ook kwadrant: een vierkant aan de vier zijden begrensd door bepaalde coördinaten. Zo kunt u deze vier na-men van de Warmbeek situeren op de vermelde kwadranten op de gemeen-tekaart van Peer.

1.5 Brongebied: Meeuwen of Erpekom?

De algemene literatuur en meerdere artikels van Internet geven de gemeente Meeuwen aan als brongebied van de Warmbeek. Ten onrechte, want de bronnen van de Warmbeek liggen ten noorwesten van de Gielisbeek, zoals goed aangeduid in kwadrant G8 en G9 op de gemeentekaart van Peer. De Gielisbeek vormt de grens tussen Meeuwen en Erpekom. De Warmbeek overschrijdt deze grens niet. De Gielisbeek is een bijbeek van de Abeek die stroomt in noordoostelijke richting. De Abeek mag men niet verwarren met de Grote Abeek noch met de Kleine Abeek in het grensgebied van Hamont-Achel met Budel en Heeze. De Jongemansbeek of Warmbeek ontspringt dus in het meest zuidelijke punt van Erpekom-Peer op nog geen kilometer van de Gielisbeek. Vanaf haar bronnen bij de Jongemanshoeve vormt de Warmbeek, hier Jongemans-beek genoemd, de grens tussen de kerkdorpen Peer en Erpekom.

1.6 Peer

De Warmbeek vormt over gans haar verloop in Peer de oude grens van Peer met Erpekom en van Peer met Grote-Brogel. Aan de westzijde van Peer vormt de Kleine Beek, zoals aangeduid in kwadrant D3 en E4, de grens tus-sen Wijchmaal en Peer. De Bolissenbeek volgt grotendeels de grens eerst tussen Wijchmaal en Hechtel en vervolgens tussen Wijchmaal en Eksel. Vanaf de plaats waar de Bolissenbeek in de Dommel uitmondt, vormt de Dommel de grens, eerst tussen Eksel en Peer en vervolgens tussen Eksel en Kleine-Brogel. Verder volgt de Dommel de grens tussen Overpelt en Kleine-Brogel. De benedenloop van de Peerderloop in kwadrant D3 en E4 vormt de grens tussen Kleine-Brogel en Peer-Centrum. Ondertussen bemerkt de aandachtige lezer hoe vaak meerdere grote en klei-ne waterlopen in Groot-Peer geheel of gedeeltelijk de grens vormen van de oude gemeenten en kerkdorpen.

1.7 Grote-Brogel

De bovenvermelde oude provinciekaart vermeldt ten noorden van de Peer-derbaan, kwadrant H6 en I 6, de belangrijke toponiemen Waart en Waart Heide. Belangrijk, omdat de naam Warmbeek zou afgeleid zijn van Waar(t)beek of Grensbeek. De Baan op Bree is de praktische grens tussen de kerkdorpen Erpekom en Grote-Brogel. De Gielisbeek en de Veeweiderloop, kwadrant Peer G9 en J5, bijbeek van de Abeek, vormen over een grote afstand de oostgrens van Grote-Brogel met Meeuwen en met Ellikom. De Warmbeek is echter niet de grens tussen Kleine- en Grote-Brogel. De Warmbeek krijgt daar in het noordelijke deel van Grote-Brogel de naam Vrenenbeek . De meeste kaarten geven op die plaats ook de splitsing aan van de Warmbeek in de westelijke Vrenenbeek en de oostelijke Kleine Broekbeek. Zie hiervoor tevens de gemeentekaart van Groot-Peer kwadrant H3 en H2.

1.8 Kleine-Brogel

De Prinsenloop en de Dorperloop, kwadrant E2, twee belangrijke bijrivieren van de Warmbeek, ontspringen in Kleine-Brogel. De Prinsenloop stroomt naar het noorden, de Dorperloop met zijn bijbeek de Kolisloop naar het noordoosten.

1.9 Kaulille

De Dorperloop volgt even de westgrens van Kaulille met de Kolis-Neerpelt. Gedurende korte tijd heeft ook in Kaulille op de Warmbeek een watermolen gelegen.

1.10 Lille

De Warmbeek meandert rustig verder in haar brede beekvallei. De beboste beekvallei is ook hier goed te volgen op de satellietbeelden via Internet. De Warmbeek stroomt via een duiker onder het Kempische Kanaal door. Aan de oostzijde van de Warmbeek lagen in vroegere tijden uitgebreide waterin-gen. De huidige watermolen van Lille ligt er nog steeds ten noorden van de benedenloop van de Torbeek, op iets meer dan honderd meter ten zuiden van de voormalige IJzeren Rijn.

1.11 Achel en Hamont

Aan de westzijde van de Warmbeek stroomt de Prinsenloop, aan de oostzij-de de Beverbeek en de Beverbeekloop. De Beverbeek ontspringt in de Ha-monter Varkensbos. De meeste kaarten van Internet geven echter de toe-stand aan van de tijd toen de Beverbeek nog behoorde bij het stroomgebied van de Warmbeek. Sinds de Beverbeek in de buurt van het Hamonter wa-terzuiveringstation afgekoppeld is van de Achelse Beverbeekloop, stroomt de Hamonter Beverbeek richting de Ezel. Ze behoort dus niet meer tot het hedendaagse stroomgebied van de Warmbeek. De Beverbeek behoort sindsdien bij het stroomgebied van de vroeger op Nederlands gebied zoge-heten Grote Abeek. Deze stroomt ten oosten van Eindhoven in de Kleine-Dommel. De oude vennen Wolfsven, het Kerkeven, het Zwartven en het Putven, en de waterrijke gebieden van het Rozendaal, het Elsbroek en de Lange Els zijn goed aangegeven op de meeste bovenvermelde kaarten. Ook de Mo-lenwijer bij ’t Mulke, de splitsing tussen Molenbeek en Oude Beek en de wateringen van de Buitenheide, het Pastoorsbos, het Eind, Hamont-Lo en Lozen zijn voor een scherp oog goed aangeduid.

Een accurate en verantwoorde totaalvisie: Studie van Jean Vangrinsven

IMG 6944Jean Vangrinsven, bestuurder van de Stichting Limburgs Landschap vzw, hierboven vermeld onder de Bibliografie, geboren Achelaar, schrijft in een van zijn documenten : “De Warmbeek ontspringt in de nabijheid van de Jongemanshoeve in Erpekom en vormt de grens tussen de voormalige gemeenten Peer en Grote-Brogel. Via Grote-Brogel, Kaulille en Lille stroomt zij noordwaarts naar Achel om hier de Belgisch-Nederlandse grens te overschrijden. De beek mondt bij Eindhoven uit in de Dommel. De Warmbeek krijgt gedurende haar loop meerdere namen: Jongemansbeek of Vrenenbeek, Broekbeek en Warmbeek of Molenbeek. Wat de Broekbeek betreft: de huidige Kleine Broekbeek in Grote-Brogel is in feite een afsplitsing of bijkomende arm van de hoofdbeek die op die plaats de naam draagt van Vrenenbeek. Vanaf de Nederlandse grens noemt men de beek Tongelreep.

De Warmbeek is in haar brongebied rechtgetrokken en uitgegraven in functie van de ontwatering van de omliggende weilanden. Verder stroomaf-waarts is de beek nog vrij natuurlijk en wordt ze gekenmerkt door een gevarieerde beekmorfologie, flora en fauna. Dankzij de voortdurende eroderende werking, vooral door de erosie door haar eigen water, zijn er veel mean-ders ontstaan en is het zelfreinigende vermogen van het water bewaard ge-bleven. In de omgeving van de Achelse Kluis is ze eveneens rechtgetrokken om de omliggende weilanden en akkers te ontwateren.” Jean Vangrinsven vervolgt: “De Warmbeek hoort bij het Maasbekken. Hier verricht de Landelijke Waterdienst ruimings- en onderhoudswerken in de waterlopen van 1ste categorie. De Provinciale Waterdiensten voeren werken uit voor de 2de categorie… Over de gehele loop is de beek ondiep: van 20cm aan de bron tot 80cm aan de Achelse Kluis. Ze is tevens vrij smal: van 1m in de bovenloop tot 4m aan de grensovergang naar Nederland. We kunnen wel vaststellen dat er vele meanders zijn tot 1.20m diep die vaak vrij veel vissen herbergen.

2. DE NAMEN VAN DE WARMBEEK

2.1. De vier gebruikelijke namen in Noord-Limburg

2.1.1. In Grote-Brogel en Peer: de Jongemansbeek en de Vrenenbeek

“De Warmbeek heeft verschillende benamingen . Aan de bron in Peer wordt zij de Jongemansbeek en de Vrenenbeek genoemd. De naam Vrenen-beek is afkomstig van het moerassige gebied De Vrenen waar de Warmbeek ontspringt. Vanaf Kaulille wordt de beek opnieuw Warmbeek genoemd”. Zo schreef ook Jozef Molemans, Aangesteld Navorser van het Nationaal Fonds van Wetenschappelijk Onderzoek, afkomstig uit Overpelt, Noord-Limburgse specialist toponymie of plaatsnaamkunde.

2.1.2. In Kaulille, Lille en Achel: de Warmbeek en de Molenbeek

Een van de laatste gemeentebrochures van Achel is in 1960 uitgegeven onder redactie van inspecteur Adriaan Claassen. De auteurs geven een korte verklaring bij elke straatnaam van Achel vóór de fusie van Achel en Ha-mont. Zij schrijven: “In Lille wordt de beek Warmbeek genoemd, in Achel Molenbeek, en vanaf de Beverbekerdijk weer Warmbeek”. Waarom heeft in een officiële uitgave in Achel de beek twee namen? Waar-om juist vanaf de Beverbekerdijk opnieuw de naam Warmbeek? Vragen om over na te denken. Wanneer een beek over haar verloop verschillende namen draagt, geeft men sinds de officiële naamgeving gewoonlijk de hoofdnaam aan de beek in gans haar verloop. Zo is Warmbeek de officiële naam over gans het traject van de beek in Noord-Limburg. Anderzijds moeten we vermelden dat de oudere generatie Achelaren bijna altijd de naam Molenbeek, in het dialect Meulebeek, gebruikt. Jonge Ache-laren gebruiken gewoonlijk de naam Warmbeek, vooral sinds de naam Warmbeek op zovele plaatsen prijkt op het naambord bij de belangrijkste bruggen over de beek.

2.2. De oorspronkelijke naam van de Warmbeek: De Waarbeek

Naamkundige Dr. Jozef Molemans heeft in 1976 in een hoofdstuk over “Het fysische milieu van Lille” enkele regels geschreven over de oorsprong van de naam Warmbeek. J. Molemans vermoedt dat de oorspronkelijke naam van de beek Waarbeek zou zijn met de betekenis van Grensbeek. Is dat vermoeden gegrond? Waar, waarom en hoe heeft de evolutie in de naamgeving Waarbeek naar Warmbeek plaatsgehad? Op deze vragen wil een van de volgende hoofdstukken een voorlopig antwoord geven.

2.3. De naam van de Warmbeek in Nederland: De Tongelreep

Kluizerbrug Tongelreep in 1995 a zwart witDe naam Tongelreep is etymologisch afgeleid van tong en reep. Tong of Tonge kan in het Oudnederlands de betekenis hebben van zandrug in een hoogveengebied, zo schrijft Internet. Reep staat voor strook, vooral van land . Op een schets met de Kadastrale opmeting van 1829, bij de vastlegging van de grens tussen Achel en Hamont, schrijft de landmeter nog Tongreep. Op deze schets ziet men ook dat de Warmbeek rechtgetrokken is ten westen van de oude Kluis. De oorspronkelijke meanders ten noorden van de rijks-grens en ten zuiden van de Kluis liggen er nog in 1829. De beek is pas later door de Trappisten rechtgetrokken. De kaart geeft tevens duidelijk aan dat het noordwestelijke gebouw van de oude Kluis voor een groot deel ligt op het gebied van Leende, Nederland. De Prinsenloop heet op dit kaartje Haagbroekerloop. Wanneer men op een grotere Nederlandse kaart kijkt naar het stroomgebied van de Tongelreep, ziet men volgens Internet dat de Tongelreep grenst aan een aantal hoger gelegen zandruggen zoals de Stepkesberg en de Wolfsberg. De naam Tongelreep moet ontstaan zijn in een gebied waar deze heuvels zichtbaar zijn.

3. DE PREHISTORISCHE TIJDEN

De Warmbeek behoort tot het zoveel oudere Maasbekken. Eerst situeren wij de beek in een groter tijdsgeheel.

3.1. Rijnzanden en grind, klei, leem, lemige zanden en dekzanden

Aeolus schrijft: “Bij het begin van het Pleistoceen, het oudste tijdvak van het Quartair, stroomde de Rijn doorheen het huidige Noord-Limburg naar de toenmalige Noordzee. Hierbij werden door de Rijn grote pakketten grof zand gesedimenteerd in de Noorder-Kempen. De Maas mondde ter hoogte van het huidige Aken uit in de Rijn. In het midden van het Pleistoceen was de bovenloop van de Rijn in noordelijke richting opgeschoven. De Maas was een meer westelijke koers doorheen Limburg gaan volgen en mondde in de Rijn uit ter hoogte van het huidige Helmond. Een massa puin uit de Ar-dennen werd hierbij afgezet in de Kempen”. Even in herinnering brengen: het Quartaire Tijdperk begon volgens vele geo-logen en de algemene literatuur 2,4 miljoen jaren geleden en werd geken-merkt door verschillende opeenvolgende ijstijden en door de komst van de eerste primitieve mensen, zo denken vele antropologen. Ter hoogte van de huidige stad Luik stroomde de Oer-Maas toen niet naar het noorden richting het huidige Maastricht, maar doorheen het later opgehoogde Land van Her-ve naar het oosten tot in de Oer-Rijn.

3.1.1. Rijnzanden en grind

Dr. J. Molemans schrijft: “De afzettingen die het Kempische Plateau in dit gebied opbouwden zijn grove witgrijze zanden vermengd met grind. De naam Rijnzanden die aan deze afzettingen wordt gegeven is goed gekozen. Deze zanden werden immers grotendeels afgezet door de Rijn, die meer dan 500.000 jaren geleden als basis van het Kempische Plateau een enorme puinkegel in Noord-Limburg heeft afgezet. Ook de Maas stroomde toen in dit gebied en was toen een bijrivier van de Rijn. De grove zandafzettingen mogen wij toeschrijven aan de Rijn, terwijl grind hoofdzakelijk door de Maas werd aangevoerd.” Grind of kiezel is een collectieve benaming voor de kleine keitjes die in gro-te menigte in de diluviale, door overstromingen afgezette gronden, en op de bodem der rivieren worden aangetroffen.

3.1.2. Klei en leem

J. Molemans vervolgt: “In deze afzettingen komen ook klei- en leemlagen voor die in ondiepe beddingen werden afgezet. Deze grondlagen werden in de laatste eeuwen in kleine groeven uitgebaat als grondstof bij het vervaar-digen van bouwmaterialen”. Plaatselijk, zoals in Bocholt en Hamont, dragen deze groeven nog steeds de naam leemskuilen. Eeuwen lang lieten onze voorvaderen de stenen en de tichels bakken in de zon. Later gebruikte men ook veldovens om de stenen en de pannen te bakken.

3.1.3. Lemige zanden en dekzanden

“Samenvattend, zo vervolgt J. Molemans, kunnen wij zeggen dat de grove zanden afgedekt worden door een dunne laag grind, zelden dikker dan 10cm en achtergebleven als restanten van vroegere water- en winderosie. De hierboven beschreven afzettingen dagzomen nochtans zeer zelden. De op-pervlaktesedimenten worden vrijwel continu gevormd door gele fijne licht-lemige zanden, maximaal 2m dik. Deze afzettingen, die in het hele gebied een continu dek vormen, werden aangevoerd tijdens de laatste ijstijd die 10.000 jaar geleden door een warmer klimaat werd verdrongen. Van toen af werden deze zanden door de plantengroei gestabiliseerd”. De meeste geologen nemen aan dat de Warmbeek ontstaan is op het einde van de laatste ijstijd, vooral vanaf 12.000 jaren geleden. Doorheen deze 120 eeuwen heeft volgens hen de Warmbeek op meerdere plaatsen een brede vallei van 50m tot 1.000m afwisselend uitgeschuurd en terug opgebouwd in het vlakke landschap dat lichtjes naar het noorden afhelt. Inderdaad, het oosten van Hamont-Achel is geologisch gesproken een gedeel-te van de Vlakte van Bocholt. Deze vlakte is in het verloop der tijden in noordoostelijke richting afgezakt ten opzichte van het Kempische Plateau. Het geologische overgangsgebied bestaat, van Peer tot en met Lille en Achel, uit drie diverse verticale breuken tot zó diep in de ondergrond, dat in de regio van het zuiden van Peer tot en met Achel in de bovengrond geen scherpe reli-efgrenzen voorkomen. Vanaf haar eerste begin bracht ook De Kapetulie in-teressante artikels over de geologie van de Achelse bodem.

3.2. Een wereldwijde klimaatsverandering en de eerste mensen in Achel

Al 12.000 jaren geleden , rond het einde van de laatste ijstijd, waren vol-gens de gangbare literatuur trekkende rendierjagers sporadisch en soms voor een langere tijd aanwezig op een hogere strook grond in de buurt van de huidige Waag in Achel, op een droge plek enkele honderden meters van de Warmbeek. De prehistorische jagers hebben meerdere artefacten achtergela-ten tentoon-gesteld in het Achelse Grevenbroekmuseum . In een overgangsperiode zo wat 120 eeuwen geleden had er, volgens vele wetenschappers, wereldwijd een klimaatsverandering plaats. Bij het weg-smelten van de polaire ijskap in het noorden van Nederland, Duitsland, En-geland, Ierland en het oosten van Noord-Europa, ont-stonden in onze stre-ken overal vennen, rivieren en beken. Stilaan verdween de bevroren toendra in deze streken. Er ontstond in onze regio geleidelijk een open bos-landschap: grasvlakten met open dennenbossen, open berkenbossen en later ook andere loofbossen.

3.3. De Bronstijd en de IJzertijd

In de Bronstijd, 1.500 j. tot 800 j. vóór Chr., vestigden zich volgens meer-dere auteurs ook bij ons misschien al de eerste mensen. Op vele plaatsen dateert men de Bronstijd van 2000 tot 1000 vóór Christus. De datering verschilt van streek tot streek: in vroeg ontwikkelde gebieden had men al bronzen artefacten terwijl onze streken nog niet zo ver ontwikkeld wa-ren. Daarna komt de IJzertijd, op vele plaatsen vanaf 1000 jaar vóór Christus of nog vroeger, volgens sommigen bij ons pas rond 800 jaar voor onze tijdre-kening of nog later. Na het gedeeltelijke kappen van deze open bossen kwamen er in de Lim-burgse Kempen uitgestrekte heidegebieden. Het nomadische bestaan van de mens evolueerde geleidelijk naar nederzettingsvormen. Wanneer? Dat zal moeten blijken uit een accurate datering en vooral van de interpretatie van de vele bronzen vondsten, allerhande artefacten die men in onze regio gevon-den heeft. Wanneer de landbouw ontstaan is bij ons, is nog steeds niet goed geweten. Pas later vormden zich geleidelijke meerdere neder zettingen, een vijftal in Achel, zo schrijft A. Claassen in de Museumgids. De mensen schakelden voor hun levensonderhoud stilaan meer en meer over van de jacht en visvangst op landbouw en plantenteelt, op fokkerij van schapen en van kleinvee. Ook in Achel waren er enkele primitieve lemen schaapshoeven op het uitgestrekte heidegebied, afgewisseld met vennen en moerassen.

DE GRAFHEUVELS IN DE BUURT VAN DE WARMBEEK EN HAAR BIJBEKEN.

Uit de late Bronstijd dateren volgens deskundigen de vier grafheuvels ten noordwesten van het hedendaagse fraaie Boskerkhof op de Haarterhei, op enige afstand van de Warmbeek. Een schaalmodel van zulke grafheuvel staat in het Grevenbroekmuseum. Een foto vindt u in Honderd eeuwen Achel. De grafheuvels bij het Pastoorsbos een halve kilometer naar het zui-den zijn uit de IJzertijd. Een foto met de nodige uitleg vindt u in de Muse-umgids. De mensen woonden in buurtschappen aan de rand van de heide, bij een ven of bij een waterloop, want ze bleven deeltijds jagen en vissen. Om hun veld-jes te bewerken kenden zij al een primitieve ploeg. Bovenvermelde nederzettingsvormen evolueerden in de Middeleeuwen gelei-delijk tot woonentiteiten waarvan er nog vele bestaan in de moderne tijd. De naamkundige J. Molemans noemt zo veertien oude woonentiteiten in de deelgemeente Hamont. Helaas heeft de auteur zijn studie over de woonentitei-ten en de toponymie van de meeste oude namen van de deelgemeente Achel niet voltooid. Hij heeft nochtans meerdere kostelijke gegevens hierover verzameld, nu bewaard in het Documentatiecentrum Dr. Bussels in Hamont.

4. ENKELE FYSISCHE KENMERKEN VAN DE WARMBEEK

4.1. Eindrapport Aeolus rijke bron van informatie

De officiële vereniging Aeolus bvba schreef een bijzonder interessant en gedocumenteerd Eindrapport over de Warmbeek. Het dossier bevat 218 pagina’s, met een schat van 117 grote detailkaarten en een rijke bronnenlijst. Aeolus geeft bij deze detailkaarten in kleur nauwkeurige uitleg van hun on-derzoek ter plaatse. De werkgroep heeft bij zijn studie de Warmbeek inge-deeld in 240 genummerde trajecten. Het Eindrapport steunt ondermeer op 11 geschiedkundige en moderne topografische kaarten waarover de meeste Heemkundekringen ook beschikken. Aeolus schrijft : “Het stroomgebied van de Warmbeek is voor het grootste deel gelegen in een streek die geografisch aangeduid wordt als de Vlakte van Bocholt. De bovenloop van de beek ligt deels op het Kempense Plateau zelf. De Vlakte van Bocholt leunt aan tegen het Kempense Plateau. Beide geografische streken zijn gescheiden door de Feldbissbreuk”. Deze breuk loopt van Rotem tot over De Grote Heide in het noorden van Neerpelt.

4.2. De bronnen en bovenloop van de Warmbeek

De Warmbeek ontspringt volgens de algemene literatuur en volgens de he-dendaagse kwaliteitskaarten zoals de Michelinkaart van 2006, schaal 1/150.000, op ongeveer 1km ten zuidwesten van de Deusterkapel in Peer, op nog geen kilometer van de bovenloop van twee andere belangrijke Noord-Limburgse rivieren, de Dommel en de Abeek.

Deze Abeek mogen we, zoals gezegd, niet verwarren met de benedenloop van de Beverbeek. De Beverbeek kreeg vanaf de Nederlandse grens op oude kaarten vaak de naam Grote-Aabeek terwijl de Hamonter Erkbeek of de Kraantjesbeek op oude kaarten in Nederland de naam kreeg van Kleine-Aabeek.

De bovenloop van de Warmbeek met haar heldere water stroomt tussen frisbegroeide bermen midden in een weidelandschap. In de literatuur van rond 1950 schreef men nog dat het bronnengebied moerassig was. Vandaag is het gebied grotendeels drooggelegd. Op verschillende plaatsen ziet men het heldere bronwater opborrelen uit de grond. Meerdere grachten en slo-ten met helder water vormen samen de bovenloop van de Warmbeek. Over gans haar Noord-Limburgse traject loopt de Warmbeek vanuit Peer pal naar het noorden, ongeveer parallel met de Dommel. De Abeek die in het meer zuidelijke bronnengebied haar oorsprong vindt, heeft haar verdere loop in noordoostelijke richting om via Bocholt, Molenbeersel en enkele Neder-landse gemeenten richting Maas te stromen.

4.3. Lengte, breedte, oppervlakte stroomgebied, categorieën

De lengte van de Warmbeek op Vlaams grondgebied bedraagt 25,8km vol-gens het Eindrapport Aeolus , volgens andere bronnen 24,590km, circa 21km in vogelvlucht. Op Achels grondgebied is de beek 8.095m lang. Haar breedte varieert van 50cm bij haar bovenloop tot 4m bij de Achelse Kluis. De oppervlakte van haar stroombekken is 85,1 vierkanten kilometer vol-gens de gegevens van het Ministerie Vlaamse Gemeenschap, afdeling Water, Hasselt.

Allerhande recente, soms foutieve, gegevens vindt u op Internet. De officiële Diensten geven hier en daar afwijkende getallen. In het vermelde nummer van Klaveren Heer en op de internetsite van Aeolus staat aangegeven onder welke condities een onbevaarbare waterloop kan behoren tot de eerste of de tweede categorie. Niet ver vanaf haar bron tot aan het kanaal (1846) in Lille is de waterloop een beek van tweede categorie.

Vanaf het kanaal tot op de Nederlandse grens is ze een beek van eerste categorie. Het gebied is vooral een opvullinglandschap en werd zowel door de rivieren als door de wind opgebouwd,” zo schrijft J. Molemans. Zoals u kunt zien op figuur 1 van de geomorfologie van Lille varieert de breedte van de eeu-wenoude opgevulde valleibedding in Lille en in Achel van 100m tot méér dan 350 meter. Op bepaalde plaatsen, zoals op de huidige Hamonterweg op de grens tussen Lille en Achel, is de oorspronkelijke breedte van de valleibedding nog groter zoals men plaatselijk kan zien in de golving van het landschap. In dit eeuwenoude beekdal heeft de beek door de jaren heen haar bedding opge-vuld, weer gedeeltelijk afgegraven en nogmaals opgevuld.

4.4. De hoogtelijnen, het verval en het waterpeil van de Warmbeek

De hoogtelijn bij de bronnen van de Warmbeek op de grens tussen Peer en Erpekom is rond de 65m boven de zeespiegel. De hoogtelijn van de Warm-beek in Achel bij de Nederlandse grens is 30m. Over de lengte van ongeveer 25km tussen haar bronnen in Peer en de rijks-grens in Achel is het hoogteverschil dus redelijk groot, ongeveer 35 meter, bijna een gemiddeld verval van 1,50 meter per kilometer. Op bovenvermelde figuur, gebruikt door J. Molemans, ligt de hoogtelijn van 37m nog 200m ten zuiden van de watermolen van Lille. Wanneer men het verval bij de watermolen met het bijkomende verval tot aan de Achelse grens met Lille meerekent, schatten we de hoogtelijn op deze grens onge-veer 36 meter boven de zeespiegel. Het verval van de Warmbeek tussen de grens Achel-Lille en de rijksgrens is dus ongeveer 6 meter.

grafiekniveau

Auteur A. Claassen geeft referentiepunten die niet vergelijkbaar zijn. Het Eindrapport Aeolus geeft nog vele andere interessante cijfers. Zo geeft de grafiek van het HIC het verloop van het waterpeil over meerdere jaren. Een bijzonder laag peil bij het meetpunt in Achel was 29,30m bij het einde van de droge zomer 2003, het maximum in 2004 was 30,28m, een verschil van bijna 1 meter. Ter vergelijking: zoals hierboven vermeld ligt de hoogtelijn van de beek op de rijksgrens in Achel op ongeveer 30 meter boven de zeespiegel. Ook het hoofdstuk over de fysisch-chemische kwaliteit van de waterlopen is interessant en van groot belang in het kader van het algemene natuurbehoud.

5. HET OUDE STROOMGEBIED VAN DE WARMBEEK

De bijbeken in Achel en Hamont in 1906 en de vennen

Volgens een document van de provincie Limburg uit 1906 waren er in dat jaar op het Noord-Limburgse grondgebied 47 beken die toen uitmondden in de Warmbeek of in een van bijbehorende beken. De beeknamen staan in het document vermeld per toenmalige gemeente. Enkele van deze beeknamen zijn ondertussen verdwenen of veranderd.

We geven opzettelijk de lijst van meer dan honderd jaar geleden (1906) om te laten zien hoe eeuwenoude namen evolueren doorheen de geschiedenis en op een eeuw tijd veranderd zijn. Het document van 1906 vermeldt volgens het citaat volgende beken (in de spelling van toen) in de noordelijke dorpen:

Onder Neerpelt, Lille en Achel: de Prinsenloop.

Onder Lille en Achel: de Pastoorsvenloop.

Onder Achel: de Hoekerloop, de Berginnerloop, de Oudebeek, de Vliet, de Venderloop, de Sigaarstraatjes-loop en de Voorterloop.

Onder Achel en Hamont: de Rioolbeek of de Beverbeek. Nu maakt men onderscheid tussen de Beverbeekloop en de Beverbeek.

Onder Hamont: de Bosbeek, de Peelbeek, de Lookbeek (sic), de Achterhoeksche Lobeek, de Walbeek, de Hommelbeek, de Stadsloop en de Wintersgehuchtenloop.

Meerdere beken hadden een gering verval. Bepaalde gebieden zowel in Achel als in Hamont hadden geen voldoende natuurlijke afloop voor het water. In beide gemeenten vormden zich sinds de laatste ijstijd moerassen en grote watergebieden. In Achel had men tot in de late Middeleeuwen de drassige gebieden rond het Ven en in de vallei van de Warmbeek, vooral in het noorden in de buurt van het Slot en van de oude en de nieuwe Molen-wijer. In Hamont lagen op het Lo nog, zoals blijkt uit toenmalige topografi-sche kaarten, tot rond de tweede helft van de 19de eeuw niet minder dan twaalf vennen en vijvers, waarvan meerdere ondoorwaadbaar waren. Enkele historische kaarten geven met grote strepen aan hoe gevaarlijk diep deze wa-tergebieden waren. In het noorden van Hamont lag het enorme Elsbroek dat in vroegere tijden, zeker in het regen-seizoen, met zijn doorsnede van an-derhalve kilometer tot halverwege het Hamonter centrum reikte. Op de Achelse heide lagen vroeger een tiental grote en kleine vennen waarvan er vandaag nauwelijks enkele kleine waterplassen overblijven.

6. DE INVLOED VAN DE MENS

Aeolus spreekt in zijn Eindrapport herhaaldelijk over de antropogene invloed, over de invloed van de mens op het milieu, specifiek op de Warmbeek. De Studiegroep heeft zelfs de antropogene invloed in kaart gebracht.

Het is moeilijk een correct en een historisch verantwoord beeld te geven van de geografie van het stroomgebied van de Warmbeek. Vooral de regio rond het Slot , de Tomp, ‘t Mulke en het gebied ten zuiden van De Bever is his-torisch en geografisch ingewikkeld. Graaf Ferraris is de eerste geograaf die van 1771 tot 1778 als militair gedetailleerde kaarten liet tekenen en uitgaf van het gebied van de Oostenrijkse Nederlanden. Ook de vier historische detailkaarten van Achel uit het midden van de 19de eeuw geven een beeld hoe de mens invloed had op de loop van de Warmbeek en haar bijbeken.

Historici trachten zich bij de beschrijving van de evolutie van het milieu te baseren zowel op historische documenten als op hedendaagse exploratie ter plaatse.

Welke antropogene invloeden speelden mee?

Verschillende ingrepen van de mens hebben een bijzonder grote invloed gehad op het geografische uiterlijke, vooral in het noorden en in het oosten van Oud-Achel in het stroomgebied van de Warmbeek.

6.1. Tot in de helft van de 19de eeuw

De mensen kwamen vanaf de prehistorie wonen in het stroomgebied van de Warmbeek. Ze legden in het verloop der eeuwen verbindingswegen en dij-ken aan. Zij bouwden er in de Middeleeuwen het Huys van Boxtel, vervol-gens de Waterburcht of het Slot, de Tomp, de Waag en meerdere boerderij-en. Zij bouwden er een serie water- en windmolens, zowel voor graan als voor olie. Molenaars legden opeenvolgende molenwijers aan met bijbeho-rende sluizen en nieuwe grachten. Zij trokken de waterlopen recht en diep-ten ze uit, zij verlegden beken of groeven nieuwe grachten. Om het water op bepaalde natte gebieden beter te laten aflopen lieten zij, in de tweede helft van de 19de eeuw, op een viertal plaatsen in Achel twee beken elkaar krui-sen: de ene beek stroomt er nog steeds onder de andere beek door.

6.2. Het kanaal en de wateringen

Vooral de aanleg van het kanaal (1846) in Lille en de bijbehorende waterin-gen heeft grote gevolgen gehad voor de waterhuishouding in Achel. De Noord-Limburgse Kempen met hun arme gronden en met hun goedkope ar-beidskrachten leken bijzonder geschikt voor de zware industrie veelal in Waalse handen. Sinds het midden van de 19de eeuw was er een belangrijke omschakeling in het grondgebruik in Noord-Limburg. Men verving op de Kempense zandgronden de immense heidevlakten door vloeiweiden en ak-kerland. Vooral op de hoger gelegen niet-gecultiveerde gronden ging men over tot het aanplanten van hectaren naaldbossen. Vanaf het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw gebruikte men het Kempische dennenhout in de mijn-bouw, eerst in Wallonië en later in het Kempense steen-koolbekken.

6.3. Een bijzonder geval: de Pastoorsbosbeek

pastoorbosBij het oplossen van de bijkomende wateroverlast bij de aanleg van de wa-teringen speelde de Pastoorsbosbeek een belangrijke rol. Het bovenvermelde document van de provincie Limburg uit 1906 vermeldt nergens deze zo belangrijke beek. De Provinciedienst beschouwde haar niet als een natuurlijke beek maar als een gegraven afwateringsbeek die hoorde onder de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de wateringen. Het provincie document had als functie uit te maken welke dienst verantwoorde-lijk was voor het onderhoud van de verschillende categorieën waterlopen. Aangezien de Pastoorsbosbeek viel onder de bevoegdheid van de wateringen, moest de Provincie haar niet opnemen in de onderhoudslijst.

De Pastoorsbosbeek loopt eerst in de deelgemeente Hamont. Zij volgt even de oude grens tussen beide deelgemeenten en iets verder stroomt ze in Achel. Men had jarenlang moeilijkheden met de afvoer van het overtollige water van de wateringen. Men heeft uiteindelijk vanaf het zuideinde van de huidige Wa-gerdijk, bij het einde van het gekende Planetenpad, voor de Pastoorsbosbeek een totaal nieuwe loop moeten graven, via de Waag richting de Beverbeek-loop. De Pastoorsbosbeek mogen we niet verwarren met Pastoorsvenloop die in Lil-le ligt.

6.4 EEN NOODZAKELIJK WERKINSTRUMENT

Bij de exploratie van de Warmbeek in Achel en van haar bijbeken in Achel en Hamont is de hedendaagse gemeentekaart een noodzakelijk werkinstrument. We geven in deze studie de nodige geografische toelichtingen op het stra-mien van de hedendaagse gemeentekaart van Hamont-Achel waarnaar wij herhaaldelijk verwijzen. We inspireren ons hierbij aan het voorbeeld van de kaart op de achterzijde van de brochure , uitgegeven bij gelegenheid van de Grevenbroeker Molentocht op 22 september 2002.

7. DE WARMBEEK EN HAAR BIJBEKEN

IMG 7057In deze studie beperken wij ons tot de beken en waterlopen die in Hamont-Achel behoren tot het stroomgebied van de Warmbeek.

7.1. Het stroomgebied van de Warmbeek op de hedendaagse gemeente-kaart

De gemeentekaart laat ons zien hoezeer het geografische uitzicht van de be-ken vooral in het noorden en het oosten van Achel veranderd is door het in-grijpen van de mens. De nieuwe beken, zeker de bovensloten en de onder-sloten, die sinds het aanleggen van het kanaal in 1846 ressorteren onder de wateringen, laten wij in deze studie buiten beschouwing.

De invloed hiervan op het milieu was en is nog steeds zo groot dat de wateringen een aparte studie vergen. De Stichting Limburgs Landschap heeft hierover een interes-sant document geschreven. We spreken in dit artikel hoofdzakelijk over de beken die stromen door het gebied van het oude Slot, over de beken die samenvloeien ten zuiden van De Bever of in de buurt van de Achelse Kluis.

Op de hedendaagse gemeentekaart zien wij een belangrijk onderscheid tussen de beken in blauwe kleur en de waterlopen getekend in stippellijn met blauwe kleur.

 

7.2. De waterlopen getekend in blauwe stippellijn

Verschillende kleinere waterlopen op de gemeentekaart van Hamont-Achel zijn getekend in blauwe stippellijn: de bovenloop van de Voorterloop en van de Berginnerloop, de Hoekerloop, de Haartbeek, de Mulkerheideloop, de Asbroekloop en enkele beken op Hamont-Lo. Vier andere beken in blauwe stippellijn hebben een speciaal verloop: de bo-venloop van de Wagerheideloop en de Wagerdijkloop, van de Tomperloop en van de Stokkenloop. Deze vier waterlopen hebben bijna overal een niet-natuurlijk verloop. Ze hebben een lager niveau dan de andere beken omdat ze een belangrijke functie hadden en nog steeds hebben, namelijk de natte weilanden of de lagere gebieden ontlasten van het overtollige water. In het kwadrant 27 stroomt de Wagerheideloop onder de huidige Pastoors-bosbeek door. Elk van de beide beken moest en moet nog steeds zorgen voor een betere afwatering van een eigen gebied. De twee andere bijzondere afwateringsbeken, de Tomperloop en de Stok-kenloop, stromen op de plaats waar zij andere beken kruisen, onder die be-ken door.

In het kwadrant 19, vlak naast de Tomperweg, stroomt de huidige Tomperloop onder de nieuwe Warmbeek door. De Stokkenloop kan men volgen op de gemeentekaart in de coördinaten vakken 1 en 2. Zoals men kan zien langs het GR-wandelpad tussen de Gekke Brug en de Kluis, is het waterniveau van de herlegde Stokkenloop tijdens de gewone seizoenen een tachtigtal centimeter lager dan de Warm-beek die er rakelings langs stroomt. In het noordwesten op het gebied van de Achelse Kluis loopt de Stokkenloop onder de Prinsenloop door. Even verder stroomt de Prinsenloop in de Warmbeek.

tomperloop onder warmbeek

7.3. De waterlopen vroeger en nu

De talrijke meanders, de bochten en de lage begroeiing, vooral de planten-groei in de bedding van de beken zelf, stremden vroeger fel de noodzakelij-ke afwatering van het gebied. Opvallend is dat de Warmbeek vandaag de dag op Limburgs gebied nauwelijks meandert terwijl men in Nederland meerdere ingrepen heeft gedaan om de beek opnieuw te laten meanderen. Inderdaad, nadat de Achelse Kluis haar landbouwgrond in het dal van de Tongelreep in 1989 verkocht aan meerdere Nederlandse natuurbeschermingsorganisaties, hebben deze verenigingen de natuurlijke toestand van de beek met spontane meanders trachten te herstellen.

Als principe kunnen we het volgende aannemen: op de plaatsen waar de beken in onze vlakke regio vandaag een rechte bedding hebben, is er een in-greep geweest van de mensen. Opvallend is op vele plaatsen de rechte loop van de Warmbeek en van de huidige Pastoorsbosbeek. Bij de bovenloop van de Wagerheideloop in de buurt van De Haart vestigden zich voor zover wij weten de eerste mensen in onze streek. De aandachtige lezer weet dat er toen nog geen Pastoorsbosbeek liep langs de latere Waag. De beken stromen bijna parallel van zuid naar noord, behalve in de noorde-lijke grensstreek van Achel. Hier stromen de beken natuurlijk naar het laag-ste punt op de Achelse Kluis met een hoogtelijn van ongeveer 30 meter. De trappistenabdij ligt op het meest noordelijke punt van onze gemeente en zelfs van de provincie Limburg. De belangrijke Prinsenloop wordt genoemd naar de Kleine en Grote Prin-senwijer in het grensgebied tussen het Herent, de Kolis en Kleine-Brogel. Beide wijers behoorden vroeger toe aan de prinsbisschop van Luik die het beheer lange tijd toevertrouwde aan de graaf van Loon . U kunt de Prin-senloop op de gemeentekaart volgen van kwadrant 24 naar vak 1.

7.4. De waterzuiveringstations

Zoals de lezer weet heeft de gemeente Hamont-Achel zoveel mogelijk twee gescheiden watercircuits: enerzijds het afvalwater, anderzijds het hemelwa-ter. De beken zorgen zoveel mogelijk voor de afvoer van het hemelwater. Het afvalwater of rioolwater loopt daarentegen bijna overal door riolerin-gen. Men vangt het op in collectoren. Pompen stuwen het water zo nodig verder. Tenslotte zuivert men het water in twee waterzuiveringstations. Dat van Achel ligt tussen de Kluizerdijk en de Nederlandse grens, dat van Hamont in het Elsbroek.

7.5. De bruggen

Niet alleen de waterlopen maar ook de bruggen vragen veelvuldig onderhoud. Auteur A. Claassen geeft de namen en de ligging van de acht officiële bruggen over de Warmbeek op Achels grondgebied, van zuid naar noord.

Hamonterwegbrug: op de Hamonterweg.

Kalverveldbrug: op De Eilandjes.

Kapelbrug: op de Orchideeënlaan.

Tompbrug: op de Koebroekerweg.

Watermolenbrug: bij het Mulke.

Slegersbrug: op de Beverbekerdijk.

Kristoffelbrug: op de Leenderdijk. Lutgardisbrug: bij de Kluis.

De auteur A. Claassen geeft als negende naam de Molendijkbrug. Deze brug ligt echter over de Oude Beek.

Een foto van de oude Lutgardisbrug vindt u in het Millenniumboek van Achel.

De volkse naam voor de Kristoffelbrug is de Gekke Brug. In verband hiermee vermelden we de Achelse familiestam van Van der Velden . De vroegere boswachters moesten ondermeer ook het waterpeil in het oog houden. Vier generaties lang was deze belangrijke beëdigde functie in de handen van dezelfde familie, vertelt Louis Van der Velden, lid van de redactie van de Kapetulie. De naam Gekke Brug ontstond in de twintiger jaren van de 20ste eeuw bij een zware overstroming ten zuiden van de Kluis. De grootvader van Louis had toen gezegd: “Ik word er nog gek van”.

De naam Kristoffelbrug, gegeven door de Eremieten of de latere trappisten, is bijzonder toepasselijk gekozen. De naam Kristoffel is van Griekse oorsprong: Christo-phoros, de Christusdrager, de reus die zich aan een rivier vestigde om op zijn schouders de reizigers naar de overkant te brengen. De legende vertelt over het Kind dat zwaar woog op zijn sterke reuzenschou-ders: het Kind bleek Christus te zijn. De brug van de Leenderdijk kwam liggen op een plaats die vaak onder wa-ter heeft gestaan. Enkele oude topografische kaarten noemen de Kristoffelbrug ook de Zarenbrug

Een jaarabonnement kost € 12,50.  Abonnee worden ?