De doden werden altijd waardig begraven

Vanvoorden Gerard begrafenis 1937 B Kerkhof naast de kerk AReeds in het paleolithicum – honderdduizend jaar geleden – bestond overal de begraving waarbij het lichaam van de overledenen in de aarde werd gelegd. Men markeerde de plek met een hertsgewei, met schiouderbladen van een mammoet, met een krans van evertanden of schelpen, verder met een paar stukken gereedschap, dus met dingen waarmee de dode werd geêerd en die hij mogelijk in het andere leven zou kunnen nodig hebben.
Het geloof in een voortbestaan is duidelijk aanwijsbaar reeds vanaf het begin van het menselijk leven. Soms werd het lichaam met oker rood gemaakt om zo het leven zo lang mogelijk te kunnen vasthouden. Dit deden de jagersvolken als symbolisering.
Zo bleef het tienduizenden jaren lang, zelfs toen rond 5000 v. C de mens landbouwer was geworden. Wel werd het ritueel na verloop van tijd beter verzorgd en ontstonden er langzamerhand echte grafvelden dicht bij de nederzettingen. Daarbij begon de gewoonte op te komen de dierbare afgestorvenen in een rots of een uitgekapte steenmassa te begraven.Dikwijls werd in plaats van de rots een gebouwd stenen monument gebruikt , compleet met zuiltjes, beelden enz.. Steeds kwam de zorg voor de piëteit jegens de doden daarbij speciaal uit.


Circa 1200 v. C ging men er toe over de dode lichamen te verassen hetgeen met grote plechtigheden gebeurde. Keurig gekleed en getooid legde men de overledenen op een uit bepaalde soorten hout opgebouwde brandstapel. Na de verassing verzamelde men de beenderen in een urne die onder een min of meer grote terp, omringd door een greppel of een palenkrans, werd bijgezet.
In de Noorderkempen zijn tientallen van zulke grafvelden gevonden. Er waren er bij van 10 tot 12 ha groot. Het gerestaureerde grafveld van Achel is maar een stukje van een groter grafveld. Het dateert uit de jaren 650 v. C en werd door de gemeente aangekocht omdat het meerdere typen van grafheuvels bevatte. We kennen deze gegevens uit zorgvuldige opgravingen. De urnen van het Achels grafveld berusten in het streekmuseum ondergebracht in het Simonshuis.
In deze tijd is men overgegaan tot het cremeren van de overledenen.Dit onder invloed van moderne hygiëne en ook wel op grond van een tekort aan begraafplaatsen.
De urnen met de as worden nu in een columbarium bijgezet .Ook dit is voorzien sinds 1991 op ons kerkhof. Men kan de as ook laten verstrooien op een apart stukje grond op het kerkhof.

Na de doorbraak van het christendom kwam de begraving algemeen in gebruik. Dit was voor een deel te danken aan het overwicht van de Germanen in West-Europa gedurende de middeleeuwen. Zij kenden alleen begraving in rij en grafvelden.
Vooral speelde hierin het voorbeeld van Christus, die ook was begraven, en tevens de eerbied voor de christen-lichamen die door doopsel, vormsel en zovele eucharistische ontmoetingen met God waren geheiligd.
De christenen werden daarom aanvankelijk in hun kerken begraven. Toen de ruimte daarvoor ging ontbreken, omheinde of ommuurde men een terrein rondom de kerk en bestemde men dit voor het begraven van de gelovigen. Op onze kerkhoven (hof bij de kerk) bouwde men boven de graven een monument, soms zelfs een kapel. Uiteraard was dit alleen voor de de meer begoeden want de gewone mens moest en kon het stellen met een eenvoudig kruis.
Ook in Achel bevinden zich heel wat graven in de kerk : de notabelen en de familie van de pastoor vonden er hun laatste rustplaats. (Lees hierover in vorige Kapetulie pag. 10-12)
Pastoor Adriaan SimonsHet oude grafmonument van de familie Simons werd in 1964 bij het verwijderen van het oude kerkhof aan de zuidzijde van de kerk opnieuw opgericht. In deze geste gedenken wij de overledenen van ons dorp die ooit in of rond de huidige kerk werden begraven.
Achel had zijn eigen gewijd kerkhof , van stond af dat dat de kerk van Achel een parochiekerk was geworden. In een kerkvisitatie van 1699 relateert de aartsdiaken : « de muren of wallen van het kerkhof dienen te worden hersteld zodat de dieren er niet binnen kunnen lopen ».
De kerkhoven rondom de parochiekerk zijn verdwenen. Men legt nu de begraafplaats buiten de dorpskern of aan de rand van de stad. Men opteert ook voor dezelfde grafkruisen omdat eenvoud en soberheid een sfeer scheppen tot eerbied en stilte.
En zou de gelijkheid in de begraving geen echt christelijk streven zijn ? Sprekende voorbeelden hiervan zijn de soldatenkerkhoven zoals Lommel met zijn 40.000 graven van jonge mannen . De monumentale ingangspartij met een prachtige kruisgroep en de hele inrichting van dit « Friedhof » spreken van ingetogenheid.
Het Achels kerkhof werd in 1949 ommuurd door aannemer gebroeders Claes.

Tekst uit Dorspkrant nr 6 nov. 1978
bewerkt door Bartel Follon

Een jaarabonnement kost € 12,50.  Abonnee worden ?