Achel op de kaart


Enkele jaren geleden reden we met Australische kennissen vanaf de Achelse Kluis richting Leopoldsburg. Ze hadden van hun familie gehoord dat Achel een mooi kleinogend dorpje is. Na een twintigtal minuutjes rijden dachten ze dat we nog steeds in Achel rondtoerden. Hun gedachtegang lijkt ook niet onlogisch omwille van de lange lintbebouwing vanaf Achel-Statie tot Lindelhoeven (Pelt). Je kruist drie keer dezelfde spoorlijn en kan amper nog een veld of gemeentegrens bespeuren. Je zou voor minder het noorden kwijtraken.

In “vruger joaren”

Leo Belgicus door Michael baron von Aitzinger 1583Leo Belgicus door Michael baron von Aitzinger 1583 (Publiek Domein – wiki)Sinds enkele decennia maken we gebruik van elektronische middelen om ons te laten begeleiden van de ene locatie naar de andere. Het gebruik van een GPS (in de volksmond “TomTom”) onderdrukt ons oriënteringsvermogen zodanig dat we wel weten waarheen we rijden, maar niet waar we zijn.
Als de GPS het laat afweten is het grote paniek. Hopelijk is er nog een zeldzaam geworden wegenkaart bij de hand, maar daarvan heeft ook niet iedereen kaas van gegeten. Een tip: De bovenkant van de kaart wijst naar het noorden.

In de middeleeuwen lag het noorden op kaarten niet altijd aan de bovenkant. Op bekende atlassen van cartograaf Willem Blaeu (1571-1638) komt het noorden zowel aan de onder-, boven-, linker- als rechterkant voor.
Een van de redenen waarom de kaartenmakers vaak voor een oriëntering op het westen, zuiden of oosten kozen, is de maat van het dure papier waarop de kaart, met voornamelijk waterwegen of herkenningspunten op het terrein als oriëntatiepunt, werd afgedrukt. Een bijkomend probleem was het bepalen van de afstand tussen twee locaties.Practijckdeslantmetens Koninklijke Bibliotheek Den HaagPractijck des lantmetens - KB Den Haag Driehoeksmeetkunde kwam eraan te pas, maar er was nog geen uniformiteit voor de gebruikte meeteenheid.

Het metriek stelsel, voor onder andere het bepalen van de afstand in meter, is pas ingevoerd na de Franse Revolutie (1789). Voordien gebruikte men voet, el of mijl.
Het woord mijl is een Latijnse verkorting van milia passuum, hetgeen duizend passen betekent. Bij elke pas worden beide voeten verplaatst (ongeveer 1,5 meter). Maar niet elke mijl was blijkbaar even lang!

Mercator scaleSchaalaanduiding van de Vlaamse mijl door Gerardus Mercator (1512-1594)Op een kaart van Gerardus Mercator (1512-1594) wordt de schaalaanduiding op een kaart, uitgedrukt in "Uren gaan of gemeen Vlaamse mijlen", onderverdeeld in drie schalen voor kleine, middelbare en grote mijlen. Om de afstand tussen twee steden te kennen werd de afstand op de kaart met een passer overgebracht naar een meetlat.

 

schaalstokkenVoor die tijd gekende mijlafstanden: de Milliaria Germanica (Duitse mijl), de Milliaria Belgica (Nederlandse mijl), de Milliaria Gallica (Franse mijl)De afstand voor de Vlaamse mijl en de Milliaria Belgica werd in het aantal uren stappen uitgedrukt. Een gebruik dat we vandaag nog kennen als iemand bijvoorbeeld vraagt hoe ver rijden het is tot Brussel. We antwoorden sneller met ”reken maar op 2 uur rijden” in plaats van “het is 120 kilometer ver”.

 

Stond Achel op de kaart? 


peer eindhovenOp de Leo Belgicus van Michael baron von Aitzinger (1583) is er in de zone tussen ’s-Hertogenbosch en Luik weinig opgetekend. Dit had er waarschijnlijk mee te maken dat het prinsbisdom Luik niet behoorde tot de Spaanse Nederlanden. Wel wordt de rivier de Dommel tussen Peer en Eindhoven aangeduid maar er is nog geen vermelding van de “grensgemeente” Achel of van andere omliggende gemeenten.

Het duurde nog vele jaren voordat er een verandering kwam in het optekenen van de kaarten. De Brusselaar Eugène-1712 FricxUitsnede uit kaartenbundel Fricx 1712 © Koninklijke Bibliotheek van België (KBR).Henri Fricx (1644-1730) werd “Imprimeur de sa majesté” tijdens het Spaanse bewind. Hijzelf was geen cartograaf maar eerder een groot promotor van de cartografie in onze streken.
Uit zijn kaartenbundel “carte des Pays-Bas” (kaart van de Nederlanden) zien we een vermelding van Achel.
We herkennen op de kaart uit 1712 het groene Achel met het franciscanessenklooster Catharinadal (cloître) en de burcht Grevenbroek (verwoest in 1702) waarlangs de Warmbeek vloeit. Achel vormt tevens het kruispunt voor de verbinding met Eindhoven (Schaft) en de weg Neerpelt naar Leende. Het valt op dat er geen vermelding is van een weg naar Hamont en Sint-Huibrechts-Lille waarmee Achel ooit de heerlijkheid Grevenbroek vormde. De meeste wegen ontstonden door het verbinden van goede herkenningspunten op het terrein. Kerktorens waren een ideale richtingaanwijzer in het heidelandschap.

De kabinetskaart van Ferraris


ferraris dorpUitsnede Ferraris kaart - Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, 1771 – 1778 © Koninklijke Bibliotheek van België (KBR)Op het einde van de 18de eeuw gaf keizerin Maria-Theresia de opdracht om vanuit militaire overwegingen de Oostenrijkse Nederlanden op kaart te brengen. Onder leiding van generaal Joseph-Jean-François graaf de Ferraris (1726 – 1814) kregen we, ruim een halve eeuw na Fricx een gedetailleerder beeld van onze omgeving.
Tussen 1771 en 1778 stelde hij de zogeheten Kabinetskaart (Carte-de-Cabinet) van de Oostenrijkse Nederlanden samen, aan de hand van opmetingen en waarnemingen ter plaatse. De opdracht duurde zes jaar en bracht 275 kaarten van 0,90 × 1,40 m, met de hand getekend en ingekleurd. Alle voor militair gebruik belangrijke kenmerken zoals boerderijen, kerken, kastelen, molens, rivieren, bossen, bruggen, zelfs hagen werden opgetekend. Men vindt er de parochienamen en gehuchten terug die later, na de inlijving bij Frankrijk, de gemeentenamen worden.

Op de uitsnede van het dorp Achel zijn de perceelsgrenzen en het aantal woningen evenals de tuinen van het kasteel goed herkenbaar. Op de grote kaart die te raadplegen is bij de Koninklijke Bibliotheek van België is er wel een verbinding via de Kiekoet naar Hamont en een weg naar Sint-Huibrechts-Lille zichtbaar.
Om u een idee te geven van de details die Ferraris liet optekenen, tonen we een uitsnede van het gebied rond de verwoeste burcht Grevenbroek.
tomp grevenbroek ferrarisUitsnede Ferraris kaart - Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, 1771 - 1778 © Koninklijke Bibliotheek van België (KBR)Links op de kaart de verwoeste burcht van Grevenbroek. Rechts het voormalig woonhuis van de molenaarsfamilie Nagelmaekers (vanaf 1635), tevens geboortehuis van Peter Nagelmaekers (° 1705), stichter van de grote bank Nagelmackers. Bij het gele pijltje zien we ruïnes van de Tomp. Verder herkennen we 2 brugjes over de Warmbeek en de Wagerheideloop en de wijer of molenvijver voor de watermolen ’t Mulke. Met cijfers werd bepaald tot welke gemeente een perceel behoorde. Het cijfer 87 staat voor de gemeente Achel.

oliemolen AchelUitsnede Vandermaelenkaart © Koninklijke Bibliotheek van België (KBRDoor het ontstaan van nieuwe grenzen en de groei van de dorpen en steden kon de cartografie niet achterblijven. De overheid van het pas onafhankelijk geworden België zag voor zichzelf geen taak weggelegd om de kadastergegevens in plannen om te zetten, maar hoopte dat anderen deze taak op zich zouden nemen. In 1831 kreeg de Brusselaar Philippe Vandermaelen (1795-1869) van de regering de opdracht een Carte des frontières (grenskaart) op te stellen die gebaseerd is op de onderhandelingen die tussen België en Nederland werden gevoerd. In 1836 kon hij aan de hand van de bestaande kadastergegevens starten met het in kaart brengen van het nieuwe koninkrijk België.

Op een kaart die Vandermaelen uitbracht in de periode 1846-1854 zijn de huidige straten nog goed te herkennen. Ter hoogte van Dorpsstraat 21, waar meubelzaak Coenjaerts was gevestigd, bevond zich op de plaats aangeduid met de rode pijl een moulin à huile (oliemolen).
Dit was een zogenaamde rosmolen die tot het kloosterdomein Catharinadal behoorde. In plaats van wind of water dreven lastdieren (paard of ezel) het mechanisme aan waardoor zaden werden geplet en olie eruit werd geperst. De verkregen olie werd gebruikt als bakolie, brandolie voor lampen en smeerolie. Het restant werd tot lijnkoeken (veevoer) verwerkt.

rosmolen achelRosmolen - Pentekening Edgard Claes61Dorpsstraat 21- Achter deze woning bevond zich de oliemolenverkoop molen Noord Brabander 29 10 1846De eigendom, een huis met olierosmolen en het geleeg, werd openbaar verkocht op 18 november 1846. Een Bunder = 1 hectare, een Roede = 1 are en een El = 1 meter volgens het metriek stelsel van 1816
Bij de molen zou ooit een zekere Driek de boef hebben gewoond.
Driek was voerman bij mijnheer de graaf en had een groezelige baard en een deukhoed op. De jongens en meisjes liepen een straatje om als hij met zijn muilezel over straat wandelde. Naar verluidt kon hij op latere leeftijd de ezel niet tijdig doen stoppen en kwam hij telkens tot stilstand tegen een boom of muur.

 

Wie zelf eens door de tijd wil reizen kan terecht op de website van Geopunt. Door een eenvoudige klik op de kaart kan je herontdekken wat er ooit was tussen 1702 en vandaag.
Van het enorme werk dat de cartografen door de eeuwen heen hebben voortgebracht is dit nog maar een tip van de sluier.

Samenstelling: Geert Stevens
Bronnen:
-Koninklijke Bibliotheek van België (KBR)
-www.geopunt.be
-Wikipedia