Op retraite in de Achelse Kluis

In 1863 publiceerde een zekere Louis Philippona een opstel over zijn retraite bij de paters trappisten te Achel. Dit geeft ons een beeld over het wel en wee binnen de gesloten kloostergemeenschap in het midden van de 19de eeuw.

Wie was Louis Philippona? (1827-1879).

Hij werd in Rotterdam geboren maar groeide na het overlijden van zijn vader op in een kostschool in Roosendaal en een klooster in Uden. In 1863 begon zijn loopbaan als journalist, eerst bij de liberale krant ‘Nieuwe Noordbrabander’ en in 1868 bij het ‘Handelsblad’. Hij schreef onder de naam Multapatior (vertaling: ik lijd veel). Hij was zeer sociaal bewogen en richtte in 1875 de Multapatior Bond op, ook gekend als de Volksbond tegen Drankmisbruik. Het was hem vooral te doen om de arbeidersklasse, waar het weekgeld opging aan jenever in het café, waardoor het huisgezin in armoede verkommerde.

Waarom was er bij deze persoon, die zich omschrijft als een man van de wereld, een behoefte om zich even terug te trekken uit de dagelijkse beslommeringen en enkele dagen in stilte door te brengen te Achel? Een retraite is een reiniging van de geest, het wegspoelen van alle muizenissen om daarna weer stevig het leven te omarmen.

introductie

Blijkbaar werd hij benadeeld, miskend in zijn goede bedoelingen en belaagd door vriend en vijand en koesterde hij haat tegen hen. Hij bevond zich hierdoor al enige jaren in een treurige gemoedsstemming, die volgens hem “alleen wereldlingen kunnen ondervinden en waarvan noch een geestelijke noch een kloosterling zich enig denkbeeld kan vormen”.

Bidden of mediteren was niet zijn favoriete bezigheid, vergevensgezind zijn of zich bij het noodlot neerleggen ook niet.

introductie2

De keuze waar de retraite zou doorgaan, liet niet lang op zich wachten. In het geheim had hij een schrijven gericht aan de prior in Achel, had weinig hoop op enig antwoord maar dat liet niet lang op zich wachten.

introductie3

Hij vertelde het nieuws aan zijn vrouw Jeannette die van de ene kant blij was voor hem maar ook bezorgd dat hij naar de trappisten in het verre Achel trok. Uiteindelijk berustte ze in zijn plan.

introductie4

In alle stilte werd door zijn vrouw een nachtzakje gemaakt en ging hij te voet naar de stad om met de postkoets naar Valkenswaard te rijden. Vermoedelijk woonde hij toen in de buurt van Eindhoven. Om in die tijd vanuit de grote Hollandse steden Achel te bereiken, moest je de stoomboot van Rotterdam op Den Bosch nemen, vervolgens de diligence naar Eindhoven, ’s anderdaags met de postkoets of gehuurd rijtuig naar Valkenswaard en dan te voet of met de kar naar Achel.

Vandaag kunnen we ons nog amper voorstellen hoe het er toen uitzag. Hieronder zijn relaas over de tocht naar de Kluis:

introductie5

Dit is volgens hem ook de reden waarom de Kluis zich hier bevindt: “door de trappisten gekozen om de nutteloze onvruchtbare heide door middel van harde arbeid te ontginnen en dat de keuze van de locatie in de geest is van de leer van Sint-Benedictus”.
1744 Remacle Le LoupAchelse Kluis gezien door Remacle Le Loup in 1744

introductie6

 

Voor hem was het daar stil en eenzaam. In de verte heerste bedrijvigheid: de boerenknechten ploegden door de stoppelvelden, de in bruine pij gestoken zwaar bebaarde lekenbroeders werkten in het schaarhout en de karren voeren mest uit of strooisel voor de stallen. Tussen de velden dwaalde een of andere trappist wiens helder en ruim habijt aan het geheel iets schilderachtigs schonk. Het was avond geworden en hij haastte zich naar de brede deur van het poortgebouw en trok zachtjes aan de bel om zich aan te melden. Een getralied luikje werd geopend en weer gesloten. De deur werd opengedaan door een zwaar bebaarde lekenbroeder, getooid in een grove bruine pij. De verwelkoming door de broeder gebeurde wel op een heel bijzondere manier:

introductie7

Vervolgens werd hij naar de eet- en ontspanningskamer voor de reizigers geleid. Het duurde niet lang of de gastmeester, een priester die door zijn kloosterregel belast is met de ontvangst en de verzorging van vreemdelingen, trad binnen. De ontmoeting was hartelijk en heel vriendelijk alsof men met een oude bekende te doen had.
introductie8

gastenverblijfHet gastenverblijf, gebouwd in 1852De gasten moesten zich houden aan een huishoudreglement dat zowel in het Frans als in het Nederlands was opgesteld. De trappisten waren voor zichzelf streng, maar voor hun gasten werd niks in de weg gelegd behalve dat er tijdens de maaltijden geen vlees, vleessoep of vis werd geserveerd. Ook was er, op enkele plaatsen en tijdstippen na, een volledig spreek- en rookverbod. Elke gast was er vrij in doen en laten, maar er werd wel gevraagd om deel te nemen aan de dagelijkse officies: de gebedstijden en de meditatie in de kapittelzaal. De kamer in het gastenverblijf was niet enkel om te slapen, maar diende ook als gebeds- en bezinningsruimte. Een retraite is er niet om grote sier te houden.
introductie9



De reis naar Achel was vermoeiend en hij viel dan ook snel in slaap maar werd om 1 uur ’s nachts even wakker van “het vrolijk luiden der klokken” dat de religieuzen naar het gebed riep.

Zijn gastheer opende om 5 uur ’s morgens de kamer en ontstak de nachtblaker. Er werd geen woord gesproken want de regel des huizes was simpel: vanaf dat uur geldt de stilzwijgendheid!

Via lange gangen en brede kamers werd hij naar de tribune in de kapel geleid. Deze tribune was voor de vreemdelingen bestemd; het overige deel van de kapel was voorbehouden als gebedsplaats voor de trappisten. De niet zo grote kapel was verlicht met enkele waskaarsen en voorzien van drie altaren. Tot zeven uur was hij getuige van zowel de indrukwekkend koorgezangen als van de vele Heilige Misoffers, die niet alleen gebracht werden aan de drie altaren in de kapel, maar ook op andere altaren die her en der in de gangen verspreid staan.

hoogmisTijdens zijn verblijf werden er dagdagelijks een vijfentwintigtal Heilige Misoffers gebracht.  Na het gebed was het tijd om de inwendige mens te versterken.

Na het ontbijt volgde de Heilige Mis, die werd bijgewoond door alle religieuzen met uitzondering van de lekenbroeders, die hun arbeid konden vervolgen. Tijdens de H. Offerande, de Consecratie en de communie werden ze door klokkengelui gewaarschuwd zodat ze “met den geest” de H. Sacrificie konden beleven.

Na de misviering keerde iedereen terug naar zijn kamer en startte er de meditatie, de geestelijke lezing of het gebed.

Om halftwaalf was het tijd voor de gasten om aan te schuiven voor het middagmaal. Alvorens de maaltijd te kunnen nuttigen werd door de gastheer voorgelezen uit de geschriften van de middeleeuwse theoloog Thomas a Kempis. Na het middagmaal namen de gasten plaats rond een kachel waar onder begeleiding van de minzame gastheer gesproken werd over theologie, de kerk en wetenschap. Af en toe kwam de prior van de abdij een kijkje nemen. Deze man was afkomstig uit een welstellende familie, had geneeskunde gestudeerd totdat ‘de genade des Heeren’ hem van een levenslustige student in een religieus van de trappisten had veranderd.

stilte gebedNa deze recreatie trok ieder zich terug op de kamer voor meditatie en gebed. Om vier uur was het tijd voor het bijwonen van de vespers. Tijdens dit gezongen avondgebed, dat ongeveer een uur duurde, werd een offer van lof en dank voor de afgelopen dag gebracht. Omstreeks vijf uur was het tijd voor het avondmaal.

Om zes uur werd hij, samen met de andere gasten, via donkere gangen naar de ruime zaal van het kapittel geleid.

In deze zaal zag hij tegen de vier muren alle priesters en koorheren bewegingloos zitten, met opgeheven kappen en geheel in hun habijt gewikkeld, zodat ze onherkenbaar in diepe overweging verzonken waren. Aan de achterkant van het vertrek zaten de lekenbroeders, de boerenknechten en vreemdelingen.

Vanaf een verhoogde zitplaats las een der priesters voor uit de bijbel. Het was er zo ingetogen alsof het leek dat enkel de spreker aanwezig was. Onmiddellijk na deze lezing vertrok iedereen in stilte naar de kapel, waar de religieuzen de completen, niet uit het boek maar uit het hoofd, zongen. Het gehele godshuis was in duisternis gewikkeld en slechts flauw verlicht door de wiegelende vlam van de godslamp. Op het einde van het officie werden de kaarsen van het hoofdaltaar ontstoken, alle religieuzen stonden op en zongen met forse stem het Salve Regina.

Na de completen werd er niet meer gesproken en iedereen begaf zich om zeven uur naar bed want om 1 uur ’s nachts was er weer “het vrolijk luiden der klokken”.

Na de retraite besteedde hij een paar dagen om de kleine bibliotheek in aanschouw te nemen en vond dat de Achelse abdij op een ware kolonie gelijkt en aan de grote abdijen uit de middeleeuwen herinnert. Hij vond er een flinke boerderij van ongeveer honderd hectare bouw- en weiland, schaarhout, dennenbossen, heide- en broekgronden die uit de schrale heide was ontstaan.

In de niet meer zo ruime stallen zag hij een zestigtal goed gebouwde runderen, waaronder veel koeien van verbeterde rassen, die op een landbouwtentoonstelling zeker met eremetaal zouden bekroond worden en waarvan de afstammelingen gretig door landbouwers uit de omstreken gezocht werden.

Naast de boerderij ontdekte hij er de bierbrouwerij, bakkerij, smederij, kleermakerij, timmermanswinkel, koperslagerswinkel en een brandspuit­atelier.

Ook was er nog een beeldhouwerij, boek­binderij en drukkerij waar hij de prior met bewonderswaardige vlugheid en uiterste nauwkeurigheid de zethaak en letters zag hanteren.

In de bibliotheek ontdekte hij het complete werk “Bibliothèque universelle du Clergé et des Laïques instruits ou Cours complet” van de Parijse abt Migne, bestaande uit meer dan 2000 lijvige quartoformaatboeken over het geloof, wetenschap, genees- en natuurkunde, enz… Hij schatte de waarde van het werk op 5.000 gulden, wat een fortuin was in die tijd.

Zijn besluit was dat de Achelse abdij een strenge, zelfs zeer strenge, zorgvuldig bedekte levenswijze uitstraalt.

Van hun uiterst strenge boetedoening bemerkt men niets en als je daarover met hen wenst te spreken, geven ze er een andere wending aan. Het gebruik van vlees, soep, eieren, vis en boter is hun ontzegd en toch hebben zij, ondanks een onregel­matige nachtrust, allen een gezond bestaan en bereiken een hoge ouderdom van ge­middeld 75 jaar, wat veel hoger is dan het gemiddelde van 60 jaar voor de stedelingen.
afsluiter

Bron: L. Philoppona: Eene retraite bij de pater Trappisten te Achel. Arnhem: Witz, 1863. CBM B 47954

(Gruisbrood = tarwebrood “met gruis en al”.)

Samenstelling: Geert Stevens